Kankerongelijkheid blijft een groot probleem in Europa, zowel tussen als binnen landen. Er bestaan aanzienlijke verschillen in kankerincidentie en toegang tot screening en behandelingen, vaak gekoppeld aan sociaaleconomische status, opleidingsniveau en geografische locatie. Zelfs in landen met goed functionerende zorgstelsels is een lager opleidingsniveau sterk gecorreleerd met een verhoogd kankerrisico. Verschillen in beschikbare zorgmiddelen, zoals het aantal zorgprofessionals en de toegang tot geavanceerde apparatuur, kunnen enorm variëren binnen de EU. Deze ongelijkheden worden verder versterkt door risicofactoren zoals roken, obesitas en lichamelijke inactiviteit, die een onevenredige impact hebben op kwetsbare groepen. Hierdoor profiteren kwetsbare delen van de bevolking – waaronder personen met financiële moeilijkheden of beperkte toegang tot informatie – minder van preventie- en screeningsprogramma’s voor kanker. Tijdens zijn presentatie op het recente ESMO-congres in Berlijn sprak dr. Wolfgang Fecke, directeur van de Association of European Cancer Leagues (ECL), over het onderwerp ‘Reaching Vulnerable Groups in Health Promotion and Screening’. In zijn lezing richtte Fecke zich in het bijzonder op doelgroepen die buiten de boot vallen bij Europese kankerscreeningprogramma’s.